De Academie voor Wetgeving
De Academie voor Wetgeving is in 2001 opgericht om wetgevingsjuristen te trainen in het maken van goede wetgeving. Het doel van de academie is de bevordering van de kwaliteit van de wetgeving van de rijksoverheid, vooral door middel van het aanbieden van opleidingen.
De Academie is dus een opleidingssamenwerkingsverband van alle ministeries, de Raad van State en Tweede kamer. Zo zorgt de academie ieder jaar voor de werving en selectie van een groep beginnende wetgevingsjuristen, die gaan werken bij een ministerie, de Raad van State of de Tweede Kamer. Tegelijkertijd volgen zij de masteropleiding tot wetgevingsjurist (hieronder uitgewerkt). Daarnaast verzorgt de academie de opleiding van alle anderen die al bij de rijksoverheid werken en bij het wetgevingsproces zijn betrokken, alsmede voor overheidsjuristen die bezwaar- en beroepszaken tegen overheidsbesluiten behandelen of die op andere wijze juridisch advies geven.

De masteropleiding voor beginnende wetgevingsjuristen (wetgevingstraineeship)
De academie biedt elk jaar aan een streng geselecteerde groep juristen een unieke tweejarige opleiding die zij volgen terwijl zij aangesteld zijn en werken bij één van de ministeries, de Raad van State of de Tweede Kamer. De academiestudent leert dus het wetgevingsvak door het te doen en door erover te horen. Deze wisselwerking tussen theorie en praktijk is essentieel voor de masteropleiding. De globale verdeling van de werktijd van de academiestudent is 70% werk en 30% opleiding (inclusief stage). Studenten studeren ook in hun eigen, vrije tijd om goed voorbereid en actief mee te kunnen doen in de werkgroepen.
De opleiding is gericht op het opdoen van de kennis, het verkrijgen van het inzicht en het trainen van de vaardigheden die noodzakelijk zijn om goed te functioneren als wetgevingsjurist. Er zijn diverse modules waarin de theoretische en praktische kanten van wetgeving worden geleerd, zowel wat het maken van regelingen betreft als het uitvoeren en handhaven daarvan. Europeesrechtelijke, staatsrechtelijke en bestuursrechtelijke onderwerpen worden diepgaand bestudeerd. Door middel van intensieve trainingen worden ook de communicatieve vaardigheden van de trainees aangescherpt.
In alle onderdelen van het programma wordt gewerkt op basis van praktijkvoorbeelden en praktijkervaring. De docenten en inleiders behoren tot de besten op hun vakgebied en hebben hun sporen verdiend in wetgeving, wetenschap, bestuur, rechterlijke macht of politiek. De student wordt op het werk intensief begeleid door een patroon. Dit is een ervaren wetgevingsjurist, die deskundige adviezen geeft en de afstemming tussen werk en opleiding in de gaten houdt. Daarnaast kan de student een mentor hebben die hem of haar wegwijs maakt op de instelling waar men is aangesteld.
Er worden werkbezoeken georganiseerd naar Nederlandse instellingen die van belang zijn voor de wetgeving, naar de instellingen van de Europese Unie in Brussel en Luxemburg en naar de Raad van Europa in Straatsburg. Alle studenten gaan bovendien op stage bij de Tweede Kamer. Ook bevordert de academie stages van drie maanden bij een internationale organisatie.
De meeste modules van de opleiding worden getoetst door middel van tentamens of opdrachten. Aan het einde van het tweede jaar legt de student een ‘meesterproef’ af waarmee wordt aangetoond wat er geleerd is tijdens de opleiding. Het afronden van de opleiding wordt beloond met de erkende titel ‘Master of Legislation’. De opleiding is in mei 2006 geaccrediteerd door de NVAO, zodat het thans een erkende postinitiële masteropleiding is.